PortalPortal  IndexIndex  KalenderKalender  FAQFAQ  ZoekenZoeken  GebruikerslijstGebruikerslijst  GebruikersgroepenGebruikersgroepen  RegistrerenRegistreren  InloggenInloggen  

Deel | 
 

 Verhaal: Umbriël (Urban fantasy) -> proefverhaal

Go down 
AuteurBericht
Alina
Gigant
avatar

Aantal berichten : 987
Registratiedatum : 23-02-10
Leeftijd : 28
Woonplaats : Halsteren, Nederland

BerichtOnderwerp: Verhaal: Umbriël (Urban fantasy) -> proefverhaal   do feb 10, 2011 2:15 am

Hoi lezers Razz

Omdat er nog geen speciaal topic is aangemaakt op de site voor verhalen, wilde ik het eerste stukje verhaal op de proef hier posten, gewoon, om te zien of er belangstelling voor is en ik Hope ertoe kan overhalen om een speciaal hoekej van de site hiervoor in te richten. Dan hebben we wat te lezen als we wachten op trage RPG-posts of antwoorden op pb'tjes. Wink

Anyway, ik begin nu maar met het eerste deel van het verhaal Umbriël, dat ik momenteel weliswaar aan het herschrijven ben, maar dat op zich al redelijk te lezen was volgens mensen op de andere site waarvoor ik schrijf. Smile

Ik zou Umbriël tekort doen als ik nu al ging verraden wat er in het verhaal gebeurt. Ik ga ook niet zeggen wat voor meisje Umbriël is, dat moeten jullie zelf maar ontdekken. Wink Wat ik jullie wel wil verklappen, is het volgende:

De jonge Engel Umbriël heeft een onvergeeflijke misdaad gepleegd en wordt hierom samen met haar pasgeboren zoontje naar de aarde verbannen. De evolutie staat echter niet stil, en in de strijd tegen het Kwaad worden alle mogelijke middelen ingezet. Zo ook genetische aanpassingen. Umbriël weet niet wat haar overkomt, als ze ontdekt dat ze onder invloed van haar bestraffing een totaal nieuw wezen is geworden, een Nergal. Haar nieuwe vleugels zijn intrekbaar en ze beschikt over twee dodelijke vangarmen. Deze aanpassingen maken het haar mogelijk om zich te voeden met de duistere wezens die de aarde bevolken, maar of Umbriël daar ook iets voor voelt, is nog maar de vraag.

Een trainingskamp voor bovennatuurlijke wezens neemt haar op en biedt haar voedsel en onderdak, in ruil voor de belofte dat ze haar best zal doen om de opleiding te voltooien. Umbriël moet zich leren aan te passen aan de mensenwereld en zich leren te verdedigen tegen het kwaad. Het bestuur ziet haar graag als de volgende E.A., de omstreden hoogste rang van het instituut, die haar erg waardevol zal maken voor de verkoop aan een bovennatuurlijke wezens bestrijdend bedrijf. Maar of dat haar gaat lukken nu ze door deze nieuwe wereld wordt verzwolgen?

Volg in deze novelle de belevenissen van Umbriël, terwijl ze leert om te gaan met vriendschap, intriges, tafelmanieren en de alom aanwezige dreiging van het kwaad (en poepluiers).

Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://www.verhalensite.com/index.php?s=us&ss=r&id=5304
Alina
Gigant
avatar

Aantal berichten : 987
Registratiedatum : 23-02-10
Leeftijd : 28
Woonplaats : Halsteren, Nederland

BerichtOnderwerp: Re: Verhaal: Umbriël (Urban fantasy) -> proefverhaal   do feb 10, 2011 2:17 am

Proloog

De wereld was donker en stil. Maar niet koud, zoals je zou verwachten van deze eeuwig durende nacht. Nee, koud had ik het absoluut niet. Het was de moordende hitte die me verstikte. Vlagen zand, onzichtbaar in de duisternis, striemden mijn gekwetste lichaam. Ik wilde best huilen, maar mijn tranen waren volledig opgedroogd. Mijn keel voelde aan als schuurpapier en ik besefte me dat ik water nodig had, of ik zou sterven van de dorst.
Ik krulde me op tot een bal en besefte me nu pas echt hoe alleen ik was. Ze hadden me achtergelaten, alleen in deze Apocalyps van zand en vuur.
Alleen…
Het woord galmde door mijn hoofd en nam bezit van mij tot het alle betekenis verloor en slechts de klank ervan overbleef. Waartoe diende dit? Waarom was ik niet gewoon dood?
Ik reikte met een geblakerde hand naar mijn schouder. Mijn trillende vingers sloten zich om een verdwaalde veer, waarvan de pen zich in mijn verminkte huid had genesteld. Ik trok en joeg daarmee een nieuwe pijnscheut door mijn rug. Langzaam kervende messen reten mijn verbrandde rug open en ik schreeuwde het uit van wanhopig verdriet. Waar was ik? Welke aardse woestijn was dit? Ik besefte dat het niet meer uitmaakte. Nog voor deze vervloekte nacht voorbij zou zijn, zou ik van de dorst en uitputting zijn omgekomen. Nog een steek van pijn schoot door mijn sidderende lichaam. Waarom? Waarom moest juist ik degene zijn die verbannen werd?
‘Waarom…?’ fluisterde ik nogmaals, voor ik me liet vallen op het zand. Vermoeid sloot ik mijn ogen, net nadat ik de jongeren had gezien, die besloten hadden om `s nachts de woestijn in te gaan. Een lichtbundel streek over de roodverbrande huid en open wonden van mijn rug, de ravage van mijn eens zo machtige vleugelbeenderen. Verschrikte kreten van de jongens, gegil van de jonge meisjes die in al te schaarse kleding hun lichaam hadden proberen te veilen. Ik zie zo voor me hoe de man met de meeste alcohol op zak het meisje naar zijn keuze mee zou hebben gelokt, als ik niet ten midden van hen was neergestort.

Toen ik bijkwam bevond ik me niet langer in de striemende zandstorm, maar in het ziekenhuis van een vrij kleine stad. Ik wist toen nog niet echt wat een ziekenhuis was, natuurlijk. Ook wist ik niet dat mijn komst in de doofpot was gestopt door een Egyptische organisatie van Jagers.
Een man in een priestergewaad zat aan mijn voeteneind en keek me vol walging aan. Walging, hoewel hij zelf de onpure ziel was en niet ik.
‘Mensen horen niet te weten dat wezens als jij bestaan.’ siste hij me toe. ‘Waar ik je heen breng zijn er misschien nog een paar meer van jouw soort, maar let wel dat ik je niet nog eens zal redden!’ Ik keek hem verbaasd aan, me verschuilend achter verwarde bruine krullen. Vroeger waren ze mijn trots geweest, nu hingen ze vaal en pluizig voor mijn ogen. Ik kroop zo ver mogelijk onder het linnen toen hij met priemende ogen om me heen liep.
‘Verderfelijk duivelsgebroed!’ Hij spuwde op de lakens, die overigens verre van wit waren. Ik betwijfelde of alle bloedvlekken van mijzelf afkomstig waren. De meesten zagen er ouder uit…en roken ouder. Mijn hoofd werd langzaam helder. Ik voelde dat er iets mis was met me. Mijn zicht, gehoor en reuk schenen scherper dan ooit tevoren. Vooral het laatste baarde mij zorgen. Het kon wellicht zo zijn dat hier op aarde alles een sterkere geur droeg, maar waarom bemerkte ik dan nu voor het eerst het verschil in lichaamsgeur bij verschillende emoties? Vroeger kreeg ik hooguit een vleugje ondefinieerbaar zoet in mijn neusgaten als ik zo erg had gezweten dat mijn moeder me in het atrium schoon moest schrobben. Wat was ik geworden?
‘Sta je nu eindelijk eens op? Er vertrekt vandaag maar één vliegtuig naar Caïro.’ snauwde hij. ‘Niet dat jij weet wat een vliegtuig is. Je hebt je vast al jaren niet meer bemoeid met ons nederige schepsels! Pfah!’
Hij spoog nogmaals en ik begon me zorgen te maken om zijn geestelijk welzijn. Mensen waren blij met ons, was mij verteld. Wij stonden voor wat goed was en rechtvaardig, dus waarom was deze man zo gemeen tegen me?
‘Zou ik…een spiegel mogen?’ vroeg ik voorzichtig. Mijn stem klonk schor en niet als die van een jonge vrouw.
‘Dat mag, op voorwaarde dat je nu eindelijk eens opschiet! Dat mismaakte jong van je krijst ons de oren van het hoofd!’
‘Mijn jong…?’
Vaag herinnerde ik me het bundeltje lappen dat ik in mijn armen had gehouden. Ik had het ooit weg willen gooien. Het hoorde niet bij mij en ik wilde het niet. Toch was het bij me gebleven en ik zou er voor zorgen. Het was het enige dat ik nog had. Het enige dat me vertrouwd was.
‘Alsjeblieft,’ snauwde de man, na gerommeld te hebben in een lade van het verzakte wasmeubel. Ik moet zeggen dat ik nooit meer zo`n geweldige collectie schimmel heb gezien als die zich in de hoeken van die specifieke wasbak had verzameld.
Ik nam de spiegel aan, bekeek mezelf en schrok. Delen van mijn huid waren verbrand, rood en gezwollen of simpelweg geblakerd en afgestorven. Het vuur van Rudaël en zijn broers had me geen goed gedaan. Het ergst voelde mijn rug. Hoewel ik vreesde voor wat ik zou zien, moest ik het zeker weten. Aarzelend voelden mijn vingers aan de ravage van mijn rug en schouders en langzaam richtte ik het spiegeltje erop. Tranen sprongen in mijn ogen en ik smeet het spiegeltje kapot op de vloer. De man had gelijk. Ik was verderfelijk. Ik was een wezen geworden dat ik haatte, dat ik minachtte met heel mijn hart. Ik was een Gevallene.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://www.verhalensite.com/index.php?s=us&ss=r&id=5304
 
Verhaal: Umbriël (Urban fantasy) -> proefverhaal
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
 :: Overige :: Creahoekje-
Ga naar: